Hoe maak je het je lezer én jezelf gemakkelijk?

 

Als er vroeger een leuk liedje op de radio kwam, wist ik niet hoe snel ik op ‘record’ moest drukken om het op te nemen op een cassettebandje. Het begin van het nummer miste dan weliswaar en menig keer praatte er iemand doorheen. Maar ik was er blij mee, want je wist maar nooit wanneer het liedje weer voorbijkwam. Tegenwoordig gaat het anders … 

We luisteren nummers nu op het moment dat wij daar zin in hebben zónder dat het begin mist, via Spotify of YouTube. We hoeven geen week meer te wachten op een nieuwe aflevering van een serie, maar kijken die wanneer we willen via Netflix. En zelfs onze groenten en vlees hoeven we niet te snijden als we daar geen zin in hebben. De zakjes met kleine partjes kip of broccoli liggen overal in de schappen. Het wordt ons op vele manieren gemakkelijk gemaakt!

 

Waarom zijn teksten van organisaties dan nog zo vaak lastig om te lezen?

Ook daarin willen lezers dat het ze gemakkelijk wordt gemaakt. Mensen krijgen zoveel informatie op zich af op een dag. En hebben geen zin om veel tijd en moeite te steken in teksten van organisaties. Ze willen zo snel mogelijk weten wat ze met een tekst moeten doen. Kost het lezen te veel moeite? Dan belandt de tekst al snel op de stapel ‘lees ik ooit nog weleens’ of dan gaat de lezer bellen. En dan bereikt de schrijver zijn doel niet of heeft hij extra werk aan telefoontjes.

 

Wil jij het je lezer (en jezelf) gemakkelijk maken?
Maak een werkplan voordat je start met schrijven! Dat is namelijk de basis voor een heldere tekst. Het zorgt ervoor dat je je tekst heel gericht kunt schrijven, waardoor de lezer jouw tekst beter leest en begrijpt. In je werkplan zet je het onderwerp van je tekst, het doel en je doelgroep. Waar moet je rekening mee houden?

 

1. Kies 1 doel
Heb je instrueren als doel? Dan kies je voor een andere tekststructuur dan wanneer je je lezers bijvoorbeeld wilt overtuigen van iets. Een instructie om een kast in elkaar te zetten is immers heel anders opgebouwd dan een reclametekst om die kast te verkopen. Het is niet handig om meerdere doelen in 1 tekst te gebruiken, want dat gaat ten koste van het gemak waarmee de lezer jouw tekst leest. Je hebt altijd 1 primair doel. Als je kiest voor dat doel, dan kies je automatisch voor een bepaalde opbouw van je informatie. Een opbouw die logisch is voor je lezer. En die past bij het doel dat jij wilt bereiken met je tekst.

2. Houd rekening met het kennisniveau van je lezer
Schrijf je een tekst over een juridisch onderwerp aan een advocaat? Dan weet hij waarschijnlijk precies waar je het over hebt. Je hoeft hem dus niet veel uitleg te geven. En je kunt prima juridische termen gebruiken, want die zijn voor hem goed te begrijpen. Schrijf je dezelfde tekst aan een leek? Dan is de kans groot dat hij niet weet waar je het over hebt. Zorg er dan voor dat je meer uitleg geeft. En dat je jargon voorkomt.

3. Houd rekening met het interesseniveau van je lezer
Hoeveel interesse heeft de lezer in jouw tekst? Weinig? Dan betekent dat dat je hem alleen de belangrijkste boodschappen moet geven. Hij heeft namelijk geen zin om hele lappen tekst te lezen over een onderwerp waar hij niet in geïnteresseerd is. Hoe hoger het interesseniveau van je lezer, hoe meer je kunt vertellen. Het is hierbij handig om met lagen te werken: de belangrijkste informatie vermeld je in de basistekst. En de extra informatie voor mensen die geïnteresseerd zijn in jouw onderwerp stop je in de bijlage. Zo kunnen mensen zelf kiezen tot welk detailniveau ze door willen lezen.

4. Houd rekening met het taalniveau van je lezer

Komt je lezer veel in aanraking met taal? Dan is zijn taalniveau waarschijnlijk hoger dan wanneer hij er weinig mee in aanraking komt. Iemand die veel met taal te maken heeft, heeft namelijk een hogere woordenschat. En hoe meer woorden iemand kent, hoe meer woorden hij begrijpt. Maar hoe weet je nou wat het taalniveau van je lezer is? Dat is moeilijk te bepalen. Daarom raden wij aan om in dat geval je teksten geschikt te maken voor lezers met taalniveau B1. Dat taalniveau is voor het grootste gedeelte van de Nederlandse bevolking goed te begrijpen. Hoe je dat doet? Dat lees je in ons gratis boekje ‘TI-TA-Taalniveaus’.

 

5. Bedenk welke vragen je lezer heeft
De antwoorden daarop vormen de inhoud van je tekst. Dus niet alleen het onderwerp bepaalt de inhoud van je tekst, maar vooral jouw doelgroep. Welke vragen heeft jouw doelgroep over je onderwerp? Een tiener zal bijvoorbeeld andere vragen hebben over de gevaren van roken dan een man van middelbare leeftijd.

Als je hier allemaal over na hebt gedacht …
… dan kun je beginnen met schrijven. En echt waar: dat gaat dan een stuk gemakkelijker. Wil je concrete tips lezen over het schrijven van een heldere tekst? Lees dan de 10 tips uit dit artikel. Succes! 

 


Reacties (0)


Geef een reactie


(dit bewijst dat u een mens bent en geen robot)
* Verplichte velden