Over taalles geven

 

Leonie Hopman geeft iedere woensdagochtend taalles aan mensen die in een asielzoekerscentrum in Utrecht verblijven. Ze vertelt ons hoe zo’n taalles eruitziet en waar zij op let bij het lesgeven.

 

Oeps. Het is toch alweer kwart voor 10. Even haasten nu! Om 10 uur begint namelijk de taalles Nederlands. Deze geef ik, samen met vele andere vrijwilligers, iedere woensdagochtend aan mensen die verblijven in het asielzoekerscentrum in Oog en Al, Utrecht. Bij binnenkomst schrijf ik mijn naam op een sticker en plak deze op mijn trui. Er komen meer mensen binnen en ik loop met een goedlachse en leergierige meneer uit Damascus naar 1 van de lange tafels. Daar zijn meer duo’s zoals wij neergestreken. Dan beginnen we met de les …

 

De start: een inschatting maken van het taalniveau.

Alle ‘leerlingen’ hebben een ander taalniveau. Dat zorgt ervoor dat wij ‘leraren’ eerst in moeten schatten welke aanpak we het beste kunnen gebruiken. Zo wordt er links van mij geoefend met het alfabet en wordt rechts ’t kofschip ter zee gelaten. Mijn studiegenoot en ik gaan een mail lezen en ontleden. Moeilijke woorden, verleden tijd, plaatsing van lidwoorden … Het is allemaal niet vanzelfsprekend! 

 

Het besef: Nederlands is ingewikkeld.

Zoals zo vaak tijdens deze lessen besef ik weer hoe onregelmatig onze taal is. En hoe weinig je hebt om aan vast te houden qua structuur. Neem bijvoorbeeld verkleinwoorden. Als huis ‘huisje’ wordt … dan wordt boom toch ‘boomje’?! Wat hebben we toch een prachtige, ingewikkelde taal.

 

De lessen: herhaling, linkjes in de hersenen leggen en oefenen.

Hoewel ik iedere week maar 2 uur lesgeef, zie ik toch hoe snel mensen al vooruitgaan.
Tijdens mijn lesuurtjes let ik vooral op:

 

Herhaling (met stip op nummer 1).

Vanuit mijn opleiding als docent Engels weet ik bijvoorbeeld dat je nieuwe woorden in 7 verschillende contexten moet hebben gebruikt om ze echt te kunnen onthouden.

 

Linkjes leggen in de hersenen.

Ik probeer veel woorden aan elkaar te linken. Ezelsbruggetjes zijn hierin heel functioneel. Zo is een handschoen bijvoorbeeld letterlijk een schoen voor je hand. Dan komen de ‘aha-momenten’ vanzelf. Dat is wel kicken. Voor beide partijen!

 

Oefenen, oefenen, oefenen.

Tot slot geef ik mijn leerlingen altijd mee om het geleerde vooral in praktijk te brengen. Door ook buiten de lessen Nederlands proberen te praten.

 

De leermomenten: houd rekening met je doelgroep.   

Hoewel ik hier niet voor mezelf zit, heb ik ook mijn leermomenten. Zo heb ik bijvoorbeeld ontdekt dat ik een snelle spreker ben. En dat het heel moeilijk is om dit aan te passen. Daar kom je wel achter als je probeert om langzaam, duidelijk en met makkelijkere woorden te praten. En ik ben niet de enige. Mensen communiceren veel vaker op een te hoog niveau. Zo nam een man 2 weken geleden bijvoorbeeld een brief mee die hij door ons wilde laten ontcijferen. De brief stond vol met termen die de gemiddelde Nederlander niet kent. Laat staan dat iemand met een laag taalniveau weet wat ze betekenen. Leg dan het verschil tussen zorgtoeslag en een verzekering maar eens uit. Succes! Het is zo belangrijk om je boodschap aan te passen aan je doelgroep.

 

Het afscheid: fietsend als een volleerd Nederlander.  

Iedere week zijn er weer andere mensen. Toch kom ik af en toe een bekende tegen. ‘Weet je nog wat dit is?’ zeg ik terwijl ik mijn bril op en neer beweeg. Mijn student van de week ervoor moet lachen, maar is het antwoord even kwijt. ‘Bril’, zeg ik gespeeld verontwaardigd. 2 uur later kom ik hem buiten weer tegen. ‘Bril!’ zegt hij lachend. Daarna fietst hij al gedag zeggend als een volleerd Nederlander van de stoep af.

 

 

Wil je dat 60% van de bevolking jouw teksten begrijpt zonder moeite? Maak je teksten dan geschikt voor lezers met taalniveau B1. Wil je weten hoe je dat doet? Doe mee aan de training Schrijven op taalniveau B1.  


Reacties (2)

  1. Ester:
    31 januari 2017 om 21:09

    Interessant en leuk om te lezen!

  2. Alexandra:
    31 maart 2017 om 10:10

    Altijd leuk om te lezen hoe een buitenlander onze taal oppakt. Tevens petje af voor hen die hun best doen het NL onder de knie te krijgen en een pluim voor degenen die 't overbrengen want makkelijk is wat anders...
    En nu een kleine doch inmiddels zo gewoon geworden spreek- en schrijffout die ik in uw artikel lees: "zoals zo vaak tijdens deze lessen BESEF ik ME weer..."
    Beseffen heeft geen wederkerend voornaamwoord. Het is namelijk: ZICH REALISEREN dat.. of BESEFFEN dat.. U veel succes en nog meer plezier wensend met uw leerlingen :)


Geef een reactie


(dit bewijst dat u een mens bent en geen robot)
* Verplichte velden